Zondag 4 mei 2025, avonddienst – ds. J. IJsselstein

HC Zondag 22

Vraag 57. Wat troost geeft u de opstanding des vleses?
Antwoord. Dat niet alleen mijn ziel na dit leven van stonden aan tot Christus, haar Hoofd, zal opgenomen worden, maar dat ook dit mijn vlees, door de kracht van Christus opgewekt zijnde, wederom met mijn ziel verenigd en aan het heerlijk lichaam van Christus gelijkvormig zal worden.

Vraag 58. Wat troost schept gij uit het artikel van het eeuwige leven?
Antwoord. Dat, nademaal ik nu het beginsel der eeuwige vreugde in mijn hart gevoel, ik na dit leven volkomen zaligheid bezitten zal, die geen oog gezien, geen oor gehoord heeft, en in geens mensen hart opgeklommen is, en dat om God daarin eeuwiglijk te prijzen.

Liturgie

  • Psalm 91: 1, 5
  • Psalm 91: 7, 8
  • Lezen: Johannes 14: 1 – 14
  • Psalm 37: 1, 2, 3, 4
  • Psalm 37: 6
  • Psalm 4: 4
  • Psalm 43: 1, 4 (aan de uitgang extra collecte voor het bouwfonds)

Gespreksvragen Heidelbergse Catechismus

  1. Wat bepaalt ons uiteindelijke levenseinde?
  2. Hoe kan het dat de dag van onze dood vernederend, maar ook bevrijdend is?
  3. Uit welke twee dingen bestaat de troost van de opstanding van het vlees?
  4. Na dit leven wordt de ziel van een kind van God direct opgenomen in de hemel. Op welke Bijbelse gegevens is dat gegrond?
  5. Wat zegt Samuel Rutherford over het ‘welkom thuis’?
  6. Het lichaam van Gods kinderen is bij de opstanding hetzelfde en toch anders. Licht dit toe.
  7. Toon op grond van de Bijbel aan dat alle mensen opgewekt worden.
  8. Wanneer begint de hemelse vreugde?
  9. Waaruit bestaat die vreugde?
  10. In Psalm 119 zijn steeds twee dingen te zien. Welke? Zoek het op in deze Psalm.
  11. Wat doen Gods kinderen in de hemel?
  12. ‘De dag van onze geboorte was een blijde dag. Op de dag van onze nieuwe geboorte werd er gezongen door de engelen in de hemel. En op de dag van ons huwelijk met Christus vertrekken wij uit deze wereld.’ Licht dit toe.
  13. Wat betekent Filippenzen 1: 21? Zeg je dit Paulus na?  

Verdiepingsvragen

  1. In de Ziekentroost wordt over de ‘verrijzenis der doden’ gesproken. Op welke Bijbelse gegevens rust de opstanding en waarom is het belangrijk om dit feit vast te houden?
  2. Wat is het ‘vagevuur’? In de HC wordt het weerleggen ervan niet expliciet beschreven, toch wordt dit afgewezen. Hoe ziet de HC dat?
  3. Wat houdt de ‘zielenslaap’ in?
  4. Wat wordt bedoeld met de ‘eerste en tweede dood, en de eerste en tweede opstanding’? Zie Openbaring 20: 4 – 6.

Voor de kinderen

  1. Alle mensen moeten sterven, kinderen en oude mensen. Het is verdrietig als er iemand sterft waar je van houdt. Als een kind van God sterft, is hij erg gelukkig. Waarom?
  2. Als een kind van God begraven wordt, blijft hij niet voor altijd in het graf. Hoe noem je dat hij weer uit het graf komt? Je kunt dit vinden in vraag 57 van de HC.
  3. Hieronder zie je een werkblad over de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus. Je kunt deze gelijkenis vinden in Lukas 16: 19 – 31.
    1. Maak het werkblad. Daarna kun je de tekeningen kleuren.
    2. Wie is er echt arm en wie is er echt rijk in deze gelijkenis? Waarom?
    3. Wie zou jij willen zijn en waarom?