Zondag 30 augustus 2026, morgendienst – Leesdienst

Thema: Christus’ liefdevolle trouw over Zijn zwoegende discipelen

  1. Zijn heilige afzondering
  2. Zijn waakzame ontferming
  3. Zijn vertroostende verschijning

Liturgie

  • Psalm 46: 1, 6
  • Psalm 60: 4
  • Lezen: Markus 6: 45 – 52
  • Psalm 107: 12, 13, 14
  • Psalm 73: 1
  • Psalm 107: 15, 22 (de kerkelijke collecte is bestemd voor de emerituskas)

Vragen vooral voor de kinderen

  1. Waaraan kun je zien dat de Heere Jezus zijn discipelen niet vergeet als Hij ze weggestuurd heeft?
  2. Stel je voor dat je één van de discipelen was geweest. Zou je bang geweest zijn op zee? Waarom wel of niet?
  3. Wat is het beste leven dat er is? Waarom denk je dat?
  4. Welke weldaden – goede dingen – heeft de Heere jou gegeven vandaag?

Gespreksvragen

  1. Wat ging de Heere Jezus doen op de berg? Wie waren erbij? We weten niet goed wat hij precies gebeden heeft, maar noem eens een paar dingen die Hij heel goed gebeden kan hebben?
  2. De Heere Jezus is nu de Voorbidder in de hemel. Kunt u / kun jij uitleggen wat dat betekent? Is de Heere Jezus ook voor u of jou als Voorbidder belangrijk? Waarom?
  3. De Heere Jezus had ook mee kunnen gaan op het schip. Dan was Hij er meteen bij geweest toen het ging stormen. De discipelen hadden dat misschien wel fijn gevonden. Waarom deed Hij dat niet, maar liet Hij ze eerst alleen varen?
  4. Soms kunnen er moeilijke dingen zijn in ons leven, zoals bij de discipelen toen het zo hard stormde. Noem eens wat moeilijke dingen. Wat wil de Heere Jezus u/jou leren met deze geschiedenis bij de moeilijke dingen die u/jij in uw/jouw leven misschien wel hebt?
  5. Wat doe jij als je moeite en zorg ervaart?
  6. In vers 50 staat dat de Heere Jezus ‘met’ hen sprak. Er staat niet dat Hij ‘tot’ hen sprak. Wat is het verschil? Geeft dat troost?
  7. Waaruit weet u/je in deze geschiedenis zeker dat de Heere het goed maakt in het leven van Zijn kinderen (lees vooral vers 50 en het eerste gedeelte en vers 51)?
  8. Wat leer je uit deze geschiedenis over de zorg van de Heere voor zijn discipelen, voor ons?
  9. Wat zouden wij kunnen doen om Gods grote daden beter te onthouden – “Vergeet geen van Zijn weldaden” (Ps. 103: 2)?
  10. Was er in de preek iets dat je vooral hebt meegenomen? Waarom?