Zondag 27 april 2025, avonddienst – ds. J. IJsselstein

HC Zondag 21

Vraag 54. Wat gelooft gij van de heilige, algemene Christelijke Kerk?
Antwoord. Dat de Zone Gods uit het ganse menselijk geslacht Zich een gemeente, tot het eeuwige leven uitverkoren, door Zijn Geest en Woord, in enigheid des waren geloofs, van den beginne der wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt; en dat ik daarvan een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven.

Vraag 55. Wat verstaat gij door de gemeenschap der heiligen?
Antwoord. Eerstelijk, dat de gelovigen, allen en een iegelijk, als lidmaten aan den Heere Christus en al Zijn schatten en gaven gemeenschap hebben.
Ten andere, dat elk zich moet schuldig weten zijn gaven ten nutte en ter zaligheid der andere lidmaten gewilliglijk en met vreugde aan te wenden.

Vraag 56. Wat gelooft gij van de vergeving der zonden?
Antwoord. Dat God om des genoegdoens van Christus wil al mijn zonden, ook mijn zondigen aard, waarmede ik al mijn leven lang te strijden heb, nimmermeer wil gedenken, maar mij uit genade de gerechtigheid van Christus schenkt, opdat ik nimmermeer in het gericht Gods kome.

Liturgie

  • Psalm 48: 1
  • Psalm 48: 4
  • Lezen: Psalm 72: 1 – 20
  • Psalm 72: 1, 3, 4
  • Psalm 48: 5, 56
  • Psalm 84: 1, 2

Gespreksvragen Heidelbergse Catechismus

  1. Is de ‘Kerk’ hetzelfde als ons ‘kerkverband’?
  2. In de preek werd gezegd: ‘Is er dan niets mis met de kerk? Ja, zonder twijfel. Hier bij ons ook.’ Zie jij dingen in onze gemeente die niet goed zijn?
  3. Als er dingen mis zijn in de gemeente, mag je dan wel het Avondmaal vieren? Motiveer je antwoord met Bijbelse gegevens.
  4. Waarom mag je de kerk niet verheerlijken of verachten?
  5. Wat betekent dat de Kerk ‘heilig’ is? Hoe kan het dat God Zijn Kerk heilig noemt?
  6. Wat betekent dat de Kerk ‘algemeen’ is?
  7. Wat betekent dat de Kerk ‘christelijk’ is?
  8. Sinds wanneer is de Kerk er?
  9. Welke troost is het dat Christus de Kerk vergadert en hoe doet Hij dat?
  10. Wat verbindt de Kerk niet en wat wel?
  11. Hoe kun je weten dat je een levend lid van de Kerk bent? Wat staat daarover in de Bijbel?
  12. Wat is de gemeenschap der heiligen niet en wat is het wel? Kan er ook nu gemeenschap der heiligen zijn?
  13. Een wortel is nodig om een bloem in leven te laten blijven. Wat heeft dat met de gemeenschap der heiligen te maken?
  14. Wat zijn de ‘schatten en gaven van Christus’?
  15. Wat zegt Paulus over de liefde die uit Christus is? (1 Kor. 13)
  16. Wat zegt Psalm 133 over de liefde en wat betekent dat?
  17. Leg uit hoe je je gaven kunt gebruiken tot nut en tot zaligheid van anderen.
  18. Wat heeft de Kerk gekregen? Van Wie? Waarom doet Hij dat? Wat zegt de HC daarover?
  19. Hoe blijkt dat in vraag en antwoord 56, de HC niet gaat in het spoor van ons gevoel, maar van de Schrift? Welke twee dingen zijn daarbij belangrijk?
  20. Waarom is voor een kind van God strijden tegen zichzelf zo moeilijk?
  21. Wat voor soort lid van de Kerk ben jij?

Verdiepingsvragen

  1. Reageer op de volgende stelling: Het is van levensbelang van welke kerk je lid bent.
  2. Wat betekent het voor jezelf te behoren tot de kerk?
  3. Voor de RKK is de kerk in de eerste plaats het ‘kerkinstituut, de zichtbare en uitwendige organisatie. De kerk is vooral de geestelijkheid.’
    De Reformatie heeft gebroken met deze visie. Hoe is dat te zien in artikel 27 van de NGB?
  4. Wanneer mag je je afscheiden van de kerk? Zie artikel 28 van de NGB.

Voor de kinderen

  1. Elke zondag mag jij naar de kerk. Hoe vind je dat?
  2. Waarom wil de Heere dat we naar de kerk gaan?
  3. Is ieder in de kerk een kind van God?
  4. Ben jij een kind van de Heere? En je papa en mama?
  5. Als het goed is houden kinderen van hun papa en mama, en van hun broertjes en zusjes. Zo is dat ook in het huisgezin van God. Hoe noem je de band die er in het huisgezin van God is? Je kunt dat ook lezen in vraag en antwoord 55.  
  6. Hieronder kun je een werkblad bij Zondag 21, vraag en antwoord 55 downloaden. Lukt het om de opdrachten te maken?

Klik hier om het werkblad te downloaden.