Zondag 23 november 2025, avonddienst – ds. J. IJsselstein

HC Zondag 36

Vraag 99. Wat wil het derde gebod?
Antwoord. Dat wij niet alleen met vloeken of met valsen eed, maar ook met onnodig zweren, den Naam Gods niet lasteren noch misbruiken, noch ons met ons stilzwijgen en toezien zulke schrikkelijke zonden deelachtig maken; en in het kort, dat wij den heiligen Naam Gods anders niet dan met vreze en eerbied gebruiken, opdat Hij van ons recht beleden, aangeroepen, en in al onze woorden en werken geprezen worde.

Vraag 100. Is het dan zo grote zonde, Gods Naam met zweren en vloeken te lasteren, dat God Zich ook over diegenen vertoornt, die, zoveel als hun mogelijk is, het vloeken en zweren niet helpen weren en verbieden?
Antwoord. Ja gewisselijk; want er is geen groter zonde, noch die God meer vertoornt, dan de lastering Zijns Naams; waarom Hij die ook met den dood te straffen bevolen heeft.

Liturgie

  • Psalm 9: 1, 2
  • Psalm 9: 10
  • Lezen: Romeinen 9: 30 – 10: 10
  • Lofzang van Maria: 1, 2, 3
  • Psalm 103: 2, 4
  • 10 geboden: 4, 9

Gespreksvragen Heidelbergse Catechismus

  1. Hoe luidt het derde gebod?
  2. Wat betekenen de namen ‘Samuël’, ‘Juda’ en ‘Micha’?
  3. Waarom heeft de HEERE Zichzelf een Naam gegeven?
  4. Wat betekent de Naam ‘HEERE’ en wat wil dat zeggen?
  5. Wat betekent dat de Naam van de HEERE, uw God, niet ijdel gebruikt mag worden?
  6. ‘Want de HEERE zal niet onschuldig houden, die Zijn Naam ijdel gebruikt.’ Zeg dit in eigen woorden.
  7. Wat staat in staat in Leviticus 24: 16a? Waarom geeft dit de ernst en de zwaarte van het derde gebod aan?
  8. In antwoord 99 staat het kernwoord ‘vloeken’. Wat is dat? Hoe kun je dat doen?
  9. ‘Lasteren’ is ook een kernwoord. Wat betekent dat woord? Wat wordt hierover gezegd in Leviticus 24: 11 en welk gevolg had dat? Noem nog enkele personen uit de Bijbel die lasterden.
  10. Hoe kun je nu de Naam van de HEERE lasteren?
  11. Wat is het derde belangrijke gegeven in antwoord 99?
  12. Hoe kun je de positieve kant van dit gebod in de praktijk brengen?
  13. Wil je als christen in deze wereld leven, begin dan met twee dingen. Welke en hoe doe je dat dan?
  14. Welke vier positieve begrippen staan in antwoord 99 en hoe breng je die in de praktijk?
  15. Op welke wijze kun je de Naam van de HEERE aanroepen, zodat je zalig wordt?
  16. Waarom werd de Heere Jezus beschuldigd van godslastering (Markus 14: 64)? Hoe reageerde de Heere Jezus daarop?
  17. Noem enkele Bijbelse voorbeelden van mensen die in het Koninkrijk van God dienden en toch lasteraars waren.
  18. In de preek werd de vraag gesteld wat er voor de kinderen van God overblijft aan het eind van Zondag 36. Welke antwoorden werden daarop gegeven?
  19. Kun je Maria nazeggen: Hoe heilig is Zijn Naam? Waaruit blijkt dat?

Verdiepingsvragen

  1. Wat is de relatie tussen het derde gebod en de eerste bede van het Onze Vader? Wat betekent dat?
  2. Moet je altijd je geloften nakomen? Wat zegt de Bijbel hierover?
  3. Waarom staat er een bijzondere straf op het misbruik van de Naam van God?
  4. Ieder heeft een eigen verantwoordelijkheid ten opzichte van God en de naaste. Is het daarom wel nodig dat er een Bond tegen het vloeken is?

Voor de kinderen

  1. De HEERE heeft ons tien geboden (regels) gegeven. Wat zijn de eerste twee geboden?
  2. De preek ging nu over het derde gebod. Wat is het derde gebod?
  3. Wat zijn de voornamen van je papa en mama? Hoe zou je het vinden als een kind uit je klas grapjes maakt over de namen van je papa en mama?
  4. God heeft aan Mozes verteld hoe Hij heet. Weet jij welke Naam dat is? Je kunt deze Naam vinden in Exodus 3:13, 14. Wat betekent deze Naam? Bespreek dit met je papa of mama.
  5. Hoe zou God het vinden als Zijn Naam zomaar door een kind uitgesproken wordt (vloeken)? Wat doe jij als je iemand hoort vloeken?
  6. Elke zondagochtend worden de tien geboden in de kerk voorgelezen. Je kunt de tien geboden ook zingen. Ze staan achterin je kerkboek. Op het volgende blad staat het vierde vers van de tien geboden. Dit gaat over het derde gebod. Welke woorden vind je moeilijk? Bespreek ze met je papa of mama.
  7. Spreek jij altijd goed over God?