Tekst: Psalm 32: 3 – 5
Toen ik zweeg, werden mijn beenderen verouderd, in mijn brullen den gansen dag. Want Uw hand was dag en nacht zwaar op mij, mijn sap werd veranderd in zomerdroogten. Sela. Mijn zonde maakte ik U bekend en mijn ongerechtigheid bedekte ik niet. Ik zeide: Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen voor den HEERE. En Gij vergaaft de ongerechtigheid mijner zonde. Sela.
Thema: Schuld en belijdenis
- Schuld over niet beleden zonden maakt het leven zuur.
- Belijdenis doen van onze zonden is zoet en bevrijdend.
Liturgie
- Psalm 142: 5, 6
- 10 geboden: 9
- Lezen: Psalm 32: 1 – 11
- Psalm 1: 1, 4
- Psalm 51: 1, 2
- Psalm 130: 2, 4 (diaconale collecte bestemd voor het Deputaatschap Bijzondere Noden voor de hulp aan de vervolgde kerk)
Citaat
De zonde staat tussen jou en de ander in. Als onkruid, of soms zelfs als een muur. Wil je elkaar weer ontmoeten, dan moet de schuld opgeruimd worden. Zelfs als de schuld maar voor 2 procent bij jou ligt. Dan ben je voor die 2 procent 100 procent verantwoordelijk.
Aan wie moet je schuld belijden? Schuldbelijdenis doe je tegenover iedereen die ervan weet. Dat betekent dus in de eerste plaats tegenover de Heere. Daarna ook tegenover de mensen, als mensen ervan weten. En dat is best lastig. Want het is niet zo eenvoudig om oprecht om vergeving te vragen. Daarbij speelt hoogmoed een rol. Er is ook onzekerheid. We weten niet hoe we zo’n gesprek moeten beginnen. We weten niet hoe de ander gaat reageren. Alleen daarom al is het belangrijk om te beginnen bij de Heere. Hij wil je helpen om het gesprek te voeren. Wie zijn schuld oprecht tegenover de Heere beleden heeft, mag Hem ook om tact en moed vragen om anderen de schuld te belijden.
S.D. Post, Reformatorisch Dagblad 4 maart 2013
Erbij lezen
- Psalm 51
- Psalm 38
Vragen voor de kinderen
- Als je wel eens iets hebt gestolen, wat moet je dan doen?
- Als er van jou iets gestolen is, wil je natuurlijk graag dat je het terugkrijgt. Wil je ook graag dat de dief wat zegt? Wat hoop je dat de dief tegen jou zegt? En wat hoop je dat hij tegen de Heere zegt?
- Als we iets fout hebben gedaan, verdienen we straf. De Heere straft ook de zonde. Hoe kan het dan dat de Heere de zonde niet straft, maar dat Hij de zonde vergeeft?
Er is een kleurplaat over de verloren zoon en de liefhebbende vader.
Gespreksvragen
- Als je de zonde die je tegen je naaste hebt gedaan niet belijdt naar die naaste, voel je dat het geen vrede geeft. Herken je het? Wat veroorzaakt het wel?
- Je kunt allerlei redenen hebben waarom je je zonde niet belijdt aan de Heere en aan degene tegen wie je gezondigd. Ga na wat de redenen bij jou zijn (zijn geweest)? Is daar één goede reden bij?
- Kun je de Heere bidden om vergeving van zonden als je ze niet belijdt aan degene tegen wie je gezondigd hebt?
- Ds. Vergunst vraagt ons in de preek om het niet langer te verbergen en het niet langer te verzwijgen. David ging schuld belijden over wat hij met Bathseba had gedaan. Wat doe jij?
- Er kunnen zonden zijn, die je vergeten bent of die je je niet bewust bent, maar die wel gedaan zijn. Je kent deze zonden dus niet (meer). Ze zijn voor jezelf verborgen. David doelt daarop in Psalm 19:13. Wat moeten we daarmee doen?
- Ga eens na hoe groot de vergevende liefde is van de Heere. Bedenk eens enkele dingen die de Bijbel daarover zegt. Laat het je klein maken en aan Zijn voeten brengen laat het je verwonderen.
