Zondag 1 december 2024, avonddienst – ds. J. IJsselstein

HC Zondag 9

Vraag 26. Wat gelooft gij met deze woorden: Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde?
Antwoord. Dat de eeuwige Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die hemel en aarde, met al wat erin is, uit niet geschapen heeft, Die ook door Zijn eeuwigen raad en voorzienigheid ze nog onderhoudt en regeert, om Zijns Zoons Christus’ wil mijn God en mijn Vader is; op Welken ik alzo vertrouw, dat ik niet twijfel of Hij zal mij met alle nooddruft des lichaams en der ziel verzorgen, en ook al het kwaad dat Hij mij in dit jammerdal toeschikt, mij ten beste keren; dewijl Hij zulks doen kan als een almachtig God, en ook doen wil als een getrouw Vader.

Thema: Het geloof in God de Vader

  1. Zijn werk
  2. Zijn genade
  3. Zijn zorg

Liturgie

  • Psalm 46: 1, 2
  • Psalm 25: 3
  • Lezen: Romeinen 8: 31 – 39
  • Psalm 46: 4, 5, 6
  • Psalm 103: 7
  • Psalm 66: 4 (aan de uitgang extra collecte voor deputaatschap Bijbelverspreiding)

Gespreksvragen Heidelbergse Catechismus

  1. Welke uitspraak is Bijbels en waarom?
    1. God is Vader, omdat Hij op onze vaders lijkt.
    2. Onze vaders noemen we vader, omdat ze op God de Vader lijken.
  2. Hoe weet een man of hij een goede vader is?
  3. Hoe kun je God als een goede Vader zien als je eigen vader niet een goede vader was of is?
  4. Wat is het verschil tussen de hemelse Vader en aardse vaders?
  5. Welke uitspraak moet als eerste genoemd worden en waarom?
    1. God de Vader heeft ons liefgehad.
    2. God de Vader heeft Zijn Zoon van eeuwigheid liefgehad en zal Hem tot in eeuwigheid liefhebben.
  6. Hoe was en is te zien dat God een almachtige Vader is?
  7. Hoe wordt God jouw Vader? Wat staat daarover in antwoord 26 en in Galaten 4: 29?
  8. Wanneer ga je God je Vader noemen? Hoe leert de Heere dat?
  9. Wat wordt bedoeld met ‘u moet niet naar Sinaï, maar naar Golgotha’?
  10. Wat betekent ‘een andere gang in je (geestelijke) leven krijgen’?
  11. Wat zou je tegen een kind van God zeggen die denkt dat het voor hem/haar nooit weggelegd is God als Vader te zien?
  12. In het antwoord staat ‘dat ik niet twijfel aan de zorg van God de Vader’. Hoe kan het dat iemand daaraan niet twijfelt? Wat zegt de Bijbel hierover?
  13. Wat is nooddruft?
  14. ‘Al het kwaad dat Hij mij in dit jammerdal toeschikt.’ Aan wat voor ‘kwaad’ moet gedacht worden? Geeft God de Vader al het kwaad?
  15. Hoe moeten de kinderen van God het kwaad dat God hen geeft, zien?
  16. Welke troost is er nog meer in de Vaderlijke zorg te ervaren?
  17. Welke kinderen van God uit de Bijbel hadden moeite met de Vaderlijke zorg?
  18. In de preek werd de vraag gesteld: ‘zou jij deze Vader ook niet willen leren kennen?’ Wat is je antwoord daarop?

Verdiepingsvraag

  1. Lees het gebed voor kranke (zieke) en aangevochten mensen. Wat wordt daarin over de zorg van God de Vader gezegd? Hoe moeten de kinderen van God hun ziekte zien? Waarvoor wordt gebeden?

Voor de kinderen

  1. Wat heb je op Vaderdag aan je vader gegeven? Waarom heb je dat gegeven?
  2. Wat kan jouw vader niet, maar de hemelse Vader wel?
  3. Bespreek met je vader of hij op de hemelse Vader lijkt.
  4. Moet je weleens iets opeten van je mama wat je niet lekker vindt? Wat zegt ze dan? Geeft de hemelse Vader ook weleens iets aan Zijn kinderen wat ze niet fijn vinden? Kun je een voorbeeld uit de Bijbel noemen?
  5. Is ook God jouw Vader?  
  6. Hieronder zie je een uitlegkleurplaat bij Zondag 9. Bespreek deze met je papa of mama en kleur daarna deze plaat.