Zondag 12 april 2026, avonddienst – ds. J. IJsselstein

HC Zondag 42

Vraag 110. Wat verbiedt God in het achtste gebod?
Antwoord. God verbiedt niet alleen dat stelen en roven hetwelk de overheid straft; maar Hij noemt ook dieverij alle boze stukken en aanslagen waarmede wij onzes naasten goed denken aan ons te brengen, hetzij met geweld, of schijn des rechts, als met vals gewicht, el, maat, waar, munt, woeker, of door enig middel, van God verboden; daarenboven ook alle gierigheid, alle misbruik en verkwisting Zijner gaven.

Vraag 111. Maar wat gebiedt u God in dit gebod?
Antwoord. Dat ik mijns naasten nut, waar ik kan en mag, bevordere; met hem alzo handele, als ik wilde dat men met mij handelde; daarenboven ook, dat ik trouwelijk arbeide, opdat ik den nooddruftige helpen moge.

Liturgie

  • Psalm 37: 11, 15, 20
  • 10 geboden: 8, 9
  • Lezen: Matthéüs 13: 1 – 9, 18 – 23
  • Psalm 62: 1, 7, 8
  • Psalm 48: 1, 6
  • Psalm 27: 1, 2 (diaconale collecte is bestemd voor Helpende Handen)

Gespreksvragen Heidelbergse Catechismus

  1. Hoe luidt het achtste gebod?
  2. Wat heeft het achtste gebod met Adam en Eva te maken?
  3. Welke twee doelen heeft het achtste gebod als je nog geen nieuw hart hebt?
  4. Welk doel heeft het achtste gebod als je een nieuw hart hebt gekregen?
  5. Hoe is koning Achab aan zijn wijngaard gekomen?
  6. In de preek werden de vragen gesteld: hoe kom jij aan je geld en aan je spullen? Wat zou je voor antwoord geven?
  7. Kun je over ‘mijn eigendommen’ spreken? Zie Psalm 24: 1 berijmd.  
  8. Op welke verkeerde manieren kun je aan je geld en spullen komen?
  9. Wat zit ten diepste achter stelen?
  10. Wat heeft kijken met stelen de maken?
  11. In de preek werd gezegd dat we op Adam lijken. Hoezo dan? Vind jij dat je op Adam lijkt?
  12. Wat hebben 1 Korinthe 6: 10 en 1 Timotheüs 6: 9, 10 met het achtste gebod te maken?
  13. Hoe moeten we met ons geld en goed omgaan (1 Korinthe 7: 30 – 31)?
  14. Waarom werd het voorbeeld van een bibliotheek gebruikt?
  15. Hoe heet het echte geluk?
  16. Wat vind je van de volgende stelling: ‘Gierigheid is gepaste zuinigheid.’
  17. Hoe kun je je geld verkwisten?
  18. Welke drie dingen vraagt de Heere van ons? Zie antwoord 111.
  19. Waarom moet je altijd bereid zijn om anderen te helpen en aan anderen te geven wat nodig is?
  20. Noem een Bijbels voorbeeld waaruit blijkt dat iemands zonden vergeven zijn.
  21. Zijn er ook beperkingen in het bevorderen van het nut van de naaste?
  22. Wat vind je van de uitspraak: ‘wat u niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.’
  23. Waarom moet je trouw je werk doen?
  24. De eerste christengemeenten hielpen mensen in nood. Hoe kan de gemeente nu mensen in nood helpen?

Verdiepingsvragen

  1. Wat heeft rijkdom met HC 42 te maken? Wat zegt de Bijbel over het omgaan met rijkdom?
  2. Wat is de taak van de overheid met betrekking tot het achtste gebod?
  3. Wat staat in Lukas 16: 10 – 12 over hoe we ons werk moeten doen?

Voor de kinderen

  1. De HEERE heeft ons tien geboden (regels) gegeven. Wat zijn de eerste zeven geboden?
  2. De preek legde het achtste gebod uit. Hieronder zie je plaatjes die laten zien waarover het achtste gebod gaat. Kun jij de plaatjes uitleggen? Je papa of mama wil je er best bij helpen.  
  1. Wat heb jij allemaal aan speelgoed? Van wie is dat allemaal? Kijk eens naar Psalm 24 vers 1 dat berijmd is.
  2. Pak jij weleens iets wat niet van jou is (stelen)? Van je papa of mama, je vriendje of op school? Hoe zou de Heere dat vinden? Wat moet je doen als je iets van een ander gepakt hebt?
  3. Hieronder zie je een werkblad. Lukt het je om dit blad te maken? Je kunt je papa of mama vragen je te helpen.
  4. Waarom past deze geschiedenis uit Lukas 19: 1 – 10 goed bij de preek?