HC Zondag 32
Vraag 86. Aangezien wij uit onze ellendigheid, zonder enige verdienste onzerzijds, alleen uit genade, door Christus verlost zijn, waarom moeten wij dan nog goede werken doen?
Antwoord. Daarom dat Christus, nadat Hij ons met Zijn bloed gekocht en vrijgemaakt heeft, ons ook door Zijn Heiligen Geest tot Zijn evenbeeld vernieuwt, opdat wij ons met ons ganse leven Gode dankbaar voor Zijn weldaden bewijzen, en Hij door ons geprezen worde.
Daarna ook, dat elk bij zichzelven van zijn geloof uit de vruchten verzekerd zij, en dat door onzen godzaligen wandel onze naasten ook voor Christus gewonnen worden.
Vraag 87. Kunnen dan die niet zalig worden die, in hun goddeloos ondankbaar leven voortvarende, zich tot God niet bekeren?
Antwoord. In generlei wijze; want de Schrift zegt dat geen onkuise, afgodendienaar, echtbreker, dief, gierigaard, dronkaard, lasteraar, noch rover, noch dergelijke, het Koninkrijk Gods beërven zal.
Liturgie
- Psalm 9: 1, 2
- Psalm 9: 11
- Lezen: 1 Korinthe 6: 1 – 20
- Psalm 116: 4, 5, 8, 9
- Psalm 119: 13, 14
- Gebed des Heeren: 6 (diaconale collecte bestemd voor De Vluchtheuvel)
Gespreksvragen Heidelbergse Catechismus
- Waarom is vraag 86 een danklied?
- Welke drie dingen staan in vraag 86 waaruit blijkt dat alles genade is?
- Waarom is het niet voldoende als je op huisbezoek zegt dat Christus je met Zijn bloed heeft gekocht en vrijgemaakt?
- Wat is het verschil tussen een levend hart en een nieuw hart? Betrek hierbij Ezechiël 36: 27.
- Wat is de achterliggende gedachte van vraag 86 waarom Gods kinderen nog goede werken moeten doen?
- Kun je genade hebben, maar geen nieuw leven? Toon dit aan vanuit de Bijbel.
- Reageer op de volgende uitspraak: De Heere Jezus kwam in de eerste plaats naar de aarde om mensen in de hemel te brengen. Betrek in je antwoord Johannes 17: 4 en 1 Joh. 3: 8.
- De Catechismus zegt dat een kind van God naar Zijn evenbeeld vernieuwd wordt. Wat betekent dat en waaruit blijkt dat?
- Toon uit de Bijbel aan dat vernieuwd worden genade is, maar ook een opdracht.
- Welke vier redenen noemt de Catechismus waarom Gods kinderen goede werken moeten doen? Welke redenen zijn op God gericht en welke op de mens?
- Wat zou een kind van God antwoorden als je vraagt: ‘Welke goede werken doet u allemaal?’ Betrek hierbij Mattheüs 25: 34 – 40.
- Hoe krijgt een kind van God geen zekerheid en hoe wel? Heb jijzelf zekerheid?
- Hoe kan een kind van God zelf de oorzaak ervan zijn dat hij/zij geen zekerheid heeft?
- Welke twee paar tweelingen werden in de preek genoemd?
- Wat moet je doen als je gebrek aan zekerheid hebt?
- Wanneer win je anderen niet voor Christus?
- Geef enkele Bijbelse voorbeelden hoe anderen voor Christus gewonnen werden.
- Hoe kun je nu anderen voor Christus winnen?
- Wat staat er in vraag 87 niet?
- Wat is de boodschap van antwoord 87?
- Aan de allerbeste werken van de heiligen kleven gebreken. Welke vier dingen heeft dat tot gevolg? Zie de Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, artikel 2.
Verdiepingsvragen
- Leg in eigen woorden uit wat in Romeinen 12: 1, 2 staat. Gebruik ook de kanttekeningen erbij. Wat heeft deze tekst met vraag en antwoord 86 te maken?
- Soms wordt na de lezing van de Wet het negende vers van de berijmde geboden gezongen. Waarom wordt dat gedaan en wat heeft dit vers met deze Zondagsafdeling te maken?
- Hoe verhouden zich de rechtvaardiging en de heiliging?
- In antwoord 87 worden voorbeelden gegeven van mensen die een goddeloos leven leiden. Vergelijk deze mensen die in de zonde leven met de opsomming die gegeven wordt in het Formulier om het Heilig Avondmaal te houden. In hoeverre komen ze overeen?
- Vergelijk Zondag 32 met artikel 24 van de NGB.
Voor de kinderen
- De Heidelbergse Catechismus lijkt op een boekje met drie hoofdstukken. Weet je nog hoe de drie hoofdstukken heten?
- In welk hoofdstuk staat Zondag 32?
- Op de volgende bladzijden zie je een werkblad. Lukt het je om de vragen te maken? Je kunt je papa of mama vragen je te helpen.
- Waarom past deze geschiedenis uit Mattheüs 9: 9 – 13 goed bij de preek?
