HC Zondag 23
Vraag 59. Maar wat baat het u nu dat gij dit alles gelooft?
Antwoord. Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben, en een erfgenaam des eeuwigen levens.
Vraag 60. Hoe zijt gij rechtvaardig voor God?
Antwoord. Alleen door een waar geloof in Jezus Christus; alzo dat, al is het dat mij mijn consciëntie aanklaagt dat ik tegen al de geboden Gods zwaarlijk gezondigd en geen daarvan gehouden heb, en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben, nochtans God, zonder enige verdienste mijnerzijds, uit louter genade mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent, evenals had ik nooit zonde gehad noch gedaan, ja, als had ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht die Christus voor mij volbracht heeft, zoverre ik zulke weldaad met een gelovig hart aanneem.
Vraag 61. Waarom zegt gij dat gij alleen door het geloof rechtvaardig zijt?
Antwoord. Niet dat ik vanwege de waardigheid mijns geloofs Gode aangenaam ben; maar daarom, dat alleen de genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus mijn gerechtigheid voor God is, en dat ik die niet anders dan alleen door het geloof aannemen en mij toe-eigenen kan.
Liturgie
- Psalm 143: 1, 2
- Psalm 143: 11
- Lezen: Romeinen 3: 1 – 31
- Psalm 106: 4, 24, 26
- Psalm 32: 1
- Psalm 32: 6 (diaconale collecte voor De Vluchtheuvel)
Gespreksvragen Heidelbergse Catechismus
- De preek begint met een vraag. ‘Ik zit al jaren in de kerk, maar: wat heb ik er eigenlijk aan?’ Wat is jouw antwoord?
- Wat heb je er niet en wat heb je er wel aan als je de Twaalf Artikelen gelooft?
- In het antwoord van vraag 59 staat niet ‘ik word’, maar ‘ik ben’. Waarom is dit zo’n wonderlijke belijdenis?
- Gods kinderen hebben een verzondigd leven. Voor wie is dat troostvol?
- Wat is je geweten en welke functie heeft je geweten? Luister jij altijd naar je geweten?
- Hoe blijkt uit antwoord 60 dat een mens volledig verantwoordelijk is voor wat hij doet?
- Wat betekent ‘ik ben nog steeds tot alle boosheid geneigd’?
- Wat is ‘beschermende genade’?
- Wat is het verschil tussen de taal van een kind van God en de taal van de rijke jongeling?
- Waarom zijn de woorden ‘nochtans God’ zulke bijzondere woorden?
- Wat houdt een rechtbank in het geestelijke leven in?
- Wat bedoelde Luther met ‘de zalige ruil’?
- Omschrijf in eigen woorden wat de woorden ‘plaatsbekleding’ en ‘plaatsvervanging’ betekenen.
- Wat is rechtvaardiging of rechtvaardigmaking?
- God ziet Zijn kinderen aan in de Heere Jezus. Wat betekent dat?
- Wat betekent ‘In zoverre ik zulke weldaad met een gelovig hart aanneem’?
- Kun je wat in antwoord 60 staat, allemaal direct geloven? Motiveer je antwoord.
- ‘In de Bijbel is, als het gaat om de rechtvaardigmaking, geen grond te vinden voor allerlei bijzondere ervaringen.’ Wat wordt hiermee bedoeld?
- ‘Je ziet wel eens, als een brug opengaat, dat de brug omhoog gaat, maar aan de andere kant gaan grote en zware gewichten naar beneden. De ene kant gaat omhoog, de andere kant gaat naar beneden.’ Wat wordt met dit beeld duidelijk gemaakt?
- Een kind van God wordt alleen door het geloof rechtvaardig, maar niet door de waardigheid van zijn geloof. Leg dat eens uit?
Verdiepingsvragen
- Wat is een zwakke, wat is een goede en wat is een kwade consciëntie (=geweten)? Zie o.a. 1 Kor. 8: 12; Hebr. 10: 22; Hebr. 13: 18.
- Wat is een toegeschroeide consciëntie? Hoe kan dat ontstaan? Zie 1 Tim. 4: 2.
- Is de rechtvaardiging iets wat één keer plaatsvindt of vindt het meerdere keren plaats? Zie ook antwoord 84 en 126 van de HC.
Voor de kinderen
- In de preek werd een heel belangrijke vraag gesteld: ‘Hoe zal ik rechtvaardig verschijnen voor God?’ Bespreek met je papa of mama wat deze vraag betekent en waarom deze vraag zo belangrijk is.
- Als je iets verkeerds gedaan hebt en je meester of juf vraagt: ‘Wie heeft dat gedaan?’, heb jij dan een stemmetje in je hoofd: ‘zeg maar eerlijk dat jij dat gedaan hebt?’ Hoe noem je dat stemmetje in je hoofd? Luister jij altijd naar dat stemmetje?
- Waarom past Psalm 32 vers 1 goed bij deze preek?
Welzalig hij wiens zonden zijn vergeven;
Die van de straf voor eeuwig is ontheven;
Wiens wanbedrijf, waardoor hij was bevlekt,
Voor ’t heilig oog des HEEREN is bedekt.
Welzalig is de mens wien ’t mag gebeuren,
Dat God naar recht hem niet wil schuldig keuren,
En die, in ’t vroom en ongeveinsd gemoed,
Geen snood bedrog, maar blank’ oprechtheid voedt.
Psalm 32: 1