Zondag 14 juli 2024, morgendienst – Leesdienst

Tekst: Zacharia 4: 10

Want wie veracht den dag der kleine dingen? Daar zich toch die zeven verblijden zullen, als zij het tinnen gewicht zullen zien in de hand van Zerubbábel; dat zijn de ogen des HEEREN, die het ganse land doortrekken.

Thema: De dag van de kleine dingen

We letten erop aan de hand van de volgende twee aandachtspunten:

  1. Een onderwijzende vraag – het eerste deel van de tekst;
  2. Een vertroostend antwoord – het tweede deel van de tekst.

Liturgie

  • Psalm 34: 11
  • Psalm 119: 82
  • Lezen: Zacharia 4: 1 – 14
  • Psalm 67: 1, 2, 3
  • Psalm 25: 4
  • Psalm 69: 13, 14 (aan de uitgang extra collecte voor het bouwfonds)

Citaat

Voorts is de belofte des Evangelies, dat een iegelijk die in den gekruisigden Christus gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe; welke belofte aan alle volken en mensen tot welke God naar Zijn welbehagen Zijn Evangelie zendt, zonder onderscheid moet verkondigd en voorgesteld worden, met bevel van bekering en geloof.
Dordtse Leerregels 2-5

Vragen

  1. Overdenk de bekende tekst van Zacharia 4 vers 7: “Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de HEERE der heirscharen”. Wat betekent dat voor het persoonlijk leven, het gemeenteleven en de gang van de wereldwijde kerk?
  2. In de preek wordt gesproken over de “smart van de liefde”. Kunt u onder woorden brengen wat dat in het geestelijk leven betekent?
  3. In de preek wordt opgeroepen om niet te wachten met tot Christus te gaan tot we naar onze maatstaven voldoende zondekennis hebben. Wat is het gevaar van dat wachten?
  4. De “dag van de kleine dingen”. Wat kan dat zijn in het persoonlijk leven, het gemeenteleven en in de wereldwijde kerk?

Voor de kinderen

  1. De preek gaat over de profetie van de profeet Zacharia uit het Oude Testament. Weet jij een priester met bijna dezelfde naam in het Nieuwe Testament?
  2. Zacharia ziet in het nachtgezicht  -een soort droom – een mooie brandende lamp. Waardoor kan die lamp branden?
  3. Wat moet Zerubbabel vooral bouwen in Jeruzalem?
  4. Wie is er 500 jaar later, in het Nieuwe Testament, in de tempel geweest die Zerubbabel gebouwd had?   
  5. Weet jij wie deze tempel uiteindelijk verwoest hebben?