Tekst: 1 Koningen 8: 30
Hoor dan naar de smeking van Uw knecht en van Uw volk Israël, die in deze plaats zullen bidden; en Gij, hoor in de plaats Uwer woning, in den hemel, ja, hoor en vergeef.
Thema: Salomo’s biddag
Salomo bidt…
- …namens het volk
- …voor de toekomst
- …om verhoring
(Dit thema is ook deze week ook behandeld op de Jan de Bakkerschool in de jongste groepen).
Liturgie
- Psalm 123: 1, 2
- Lezen: 1 Koningen 8: 22 – 40
- Psalm 99: 2
- Psalm 81: 7, 12
- Psalm 67: 1 (alle drie collecten voor de kerk)
Citaat
“Die mensen zijn tegelijkertijd ook voorbidders. Het zijn échte bidders en échte zuchters die zo’n binnenkamer hebben, want ze dragen de noden van hun gezin, van hun man of vrouw, of van hun kinderen, mee voor Gods aangezicht. Ze bidden: O God, ik heb een onbekeerde man! Bekeer hem toch ook! Ik heb een onbekeerde vrouw! O God, ontferm U Zich ook over haar! Ach, Heere, laat mijn kinderen toch niet meegevoerd worden de wereld in! Red ook hún zielen van het eeuwig verderf! Dat zijn bidders voor Gods Kerk in zijn geheel. O, breek allerwegen satans rijk af, en maak U een heerlijke Naam over het rond der aard’! Laat die tijd mogen komen dat de aarde vol is van de vreze des Heeren, gelijk de wateren de bodem der zee bedekken. Ze bidden voor de gemeente waar ze thuishoren. Ze dragen Gods knechten op aan Gods troon; de arbeiders in de wijngaard hebben Gods zegen en de bediening van Zijn Geest zo nodig. Ze vragen of vacante gemeenten ook een eigen herder en leraar zouden mogen ontvangen. Maar ze bidden ook of de arbeid van Gods knechten rijke vrucht zou mogen afwerpen, ook in de gemeente waartoe zij behoren. Ze bidden voor jong en oud, klein en groot. Ook bidden ze voor degenen die in nood zijn. Toe, neem die eens mee in uw binnenkamer, als u tenminste een binnenkamer hebt. En als u geen binnenkamer hebt, zoek er dan toch één! Dat we ook in dezen elkaars lasten zouden mogen dragen.”
Ds. J. van Haaren, Gij hoort het gebed (Houten: Den Hertog, 2023), pp. 83-84. Uit een preek over Matth. 6: 6, het biddagthema van de bovenbouw van de Jan de Bakkerschool.
Leestips
- Romeinen 8
Vragen voor de kinderen:
- Jullie waren erbij in de kerk. Waarom had je vandaag geen school?
- Bid jij ook wel eens voor iemand anders, zoals Salomo deed? Wat vraag je dan?
- Wie heb jij nodig om echt tot de Heere te kunnen bidden? Om tussen jou en de Heere in te staan, als ‘Voorbidder’. Misschien kunnen je ouders je dat uitleggen.
- Zie jij het als voorrecht dat je deze dag hebt gekregen: biddag – dat we daarnaast ook in vrijheid kunnen bidden in huis en op school?
- Wat heb jij nodig om echt te kunnen bidden? (‘In geest en waarheid’)
- Heb jij de Heere nodig, elke dag? Om kracht om je hand op te tillen? Om verstand om te lezen, om te leren?
- Krijgen jullie alles wat je van je ouders vraagt? Hoe zou zijn met wat je vraagt aan de Heere?
- Welke voorbeelden aan het eind van de preek maakten duidelijk dat we heel afhankelijk zijn van de Heere, dat Hij groot is, en dat we (dus!) moeten bidden? (1) De t… en de f… en (2) D…
Gespreksvragen:
- Ouders: hoe gaat u in de opvoeding om met het gebed van uw kinderen?
- Salomo bidt vóór het volk. Hoe is dat bij u, bidt u voor (uw) kinderen?
- Hoe is het in uw gebeden met de verhouding tussen persoonlijk gebed en bidden voor anderen (voorbede doen)?
- Een regel die de preek gaf: ‘Als je ergens niet voor kunt bidden, moet je het ook niet doen.’ Hoe is uw en jouw gebed verbonden met je dagelijks leven?
- Je leven in Zijn dienst besteden. Doen alleen dominees en zendelingen dat?!
- Bidt u ook ‘met het oog op de toekomst’? Zoals de preek zei: ‘Als mensen over een week of over drie maanden zullen bidden tot U, wilt U dan in genade naar hen horen?’
- Hoe is ons leven onder de mensen? Juist ook onder niet-kerkelijken? – vers 41, ‘wanneer die uit verren lande om Uws Naams wil komen zal’…
- Stelling: ‘De echte bidder gaat het om de Heere en daarna om Zijn weldaden’, n.a.v. vs. 57.
- De oude uitspraak, ‘Bidden om een gebed’, wat wil die zeggen?
- Biddag in lijdenstijd: ‘Hij die altijd Gods eer heeft bedoeld, werd in Zijn gebed niet verhoord.’