Tekst: Jona 1: 13 – 17
Maar de mannen roeiden, om het schip weder te brengen aan het droge, doch zij konden niet; want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger tegen hen. Toen riepen zij tot de HEERE, en zeiden: Och HEERE laat ons niet vergaan om dezes mans ziel, en leg geen onschuldig bloed op ons; want Gij, HEERE! Hebt gedaan, gelijk als het U heeft behaagd. En zij namen Jona op, en wierpen hem in de zee. Toen stond de zee stil van haar verbolgenheid Dies vreesden de mannen den HEERE met grote vreze; en zij slachtten den HEERE slachtoffer, en beloofden geloften. De HEERE nu beschikte een groten vis, om Jona in te slokken; en Jona was in het ingewand van den vis, dire dagen en drie nachten.
Thema: Gods recht en het offer van Jona
- De afwijzing van het offer
- Het brengen van dat offer
- De bewaring na dat offer
Liturgie
- Psalm 85: 2, 4
- Psalm 18: 7
- Lezen: Jona 1: 1 – 17
- Psalm 93: 1, 2, 4
- Psalm 40: 4
- Psalm 116: 5, 1 (collecte voor de kerk is bestemd voor de emerituskas)
Citaat
“En ziet, meer dan Jona is hier.”
Mattheus 12:41b
“Met welk doel gaf de Vader Zijn eniggeboren Zoon? Was het alleen om een voorbeeld van zelfverloochening en zelfopoffering te stellen? Nee, het was voor een veel hoger doel.
Hij gaf Hem als een offer voor de zonde van de mensen en een verzoening voor hun overtredingen. Hij gaf Hem, opdat Hij overgegeven zou worden voor onze misdaden en om te sterven voor goddelozen
Hij gaf Hem, opdat Hij onze ongerechtigheden zou dragen en zou lijden voor onze zonden. Hij de Rechtvaardige voor onrechtvaardigen.
Hij gaf Hem, opdat Hij een vloek zou worden voor ons, opdat wij verlost zouden worden van de vloek van de wet.
Hij gaf Hem, opdat Hij geen zonde gekend heeft, voor ons tot zonde gemaakt zou worden, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.
Hij gaf Hem om de almachtige Vriend van zondaren te worden, om hun Borg en Plaatsbekleder te zijn, om voor hen te doen wat zij zelf nooit zouden kunnen doen, te betalen wat zij nooit zouden kunnen betalen. ”
Ds. J.C. Ryle
Om na te lezen
Om over na te praten
Eerste gedachte: De afwijzing van het offer
- Jona heeft niet alleen zijn schuld beleden voor God, hij heeft ook gebogen onder het recht van God. Wat is het verschil?
- Overdenk het volgende citaat uit de leespreek: “We roeien wat we kunnen, net als de bemanning van de Tarsisvaarder. We kunnen denken dat we dichter bij de zaligheid gekomen zijn dan die persoon in de gemeente die zo slordig leeft. We roeien ons liever voor een eeuwigheid ongelukkig dan dat we met Jona zeggen: Neem mij op en werp mij in de zee.” Hoe is dat bij ons? Verwachten we het van onze (kerkelijke) activiteiten, van ons ‘roeien’?
Tweede gedachte: Het brengen na dat offer
- Jona moest overboord. Wij moeten overboord. “‘k Erken mijn schuld die U tot straf bewoog. Uw doen is rein, Uw vonnis gans rechtvaardig.”
- Jona was hierin een type van de Heere Jezus. “Toen stond de zee stil van haar verbolgenheid.” De zee was niet meer verbolgen, omdat God niet meer vertoornd was. De zeelui werden gered doordat Jona overboord moest.
- Jona is in de diepte van de zee neergezonken in de armen van een ontfermend en een verzoend Vader, omdat Jezus Christus de zee van Zijn rechtvaardige verbolgenheid aan het vloekhout op Golgotha zou stillen.
Derde gedachte: De bewaring in dat offer
- De moderne schriftkritiek noemt de geschiedenis van Jona een mooi verhaal, maar niet echt gebeurd. Wat zou u/jij hierop antwoorden? Een eenvoudige gelovige zei eens: “Al stond er dat Jona de vis had ingeslikt in plaats van andersom, dan zou ik het nog gelóven.” Waarom willen velen niet geloven in de wonderen van de Bijbel?
- In de geschiedenis zien we dat Jona probeert God te ontvluchten, maar God gebruik heel Zijn schepping om hem terug te roepen. God zorgt voor een storm (1: 4), een grote vis (1: 17), een wonderboom (4: 6), een worm (4: 7) en een verschroeiende oostenwind (4: 8) om Jona te laten zien dat hij God op geen enkele wijze kan ontvluchten. Bent u/jij nog op de vlucht?
Voor de kinderen
- Jongens en meisjes, in dit hoofdstuk gebeuren twee wonderen. Weet jij welke?
- Vul de ontbrekende woorden in. Je kunt ze vinden in voorgelezen Bijbelgedeelte:
En het woord des …………….. geschiedde tot Jona, den zoon van …………., zeggende:
Maak u op, ga naar de grote stad ………… en predik tegen haar; want hunlieder boosheid is opgeklommen voor Mijn aangezicht.
Toen zeiden zij tot hem: Verklaar ons nu om wiens wil ons dit ………… overkomt. Wat is uw werk en vanwaar komt gij? Welk is uw land en van welk ………. zijt gij?
En zij namen ……….. op en wierpen hem in de ………. Toen stond de zee stil van haar verbolgenheid.
Dies ……………… de mannen den …………… met grote vreze; en zij slachtten den HEERE slachtoffer en beloofden …………..
De HEERE nu ………….. een groten vis om ………..in te slokken; en Jona was in het ingewand van den vis, drie dagen en drie …………..
